MARK MASTENBROEK

'Boeken over occulte achtergronden hoeven dus niet per definitie moeilijk verteerbaar te zijn', dacht ik in 1974 toen ik De Lans van het Lot in één keer uitlas. Want het leest als een spannende detectiveroman. Als het inderdaad het zoveelste crimi-verhaal wás, was er niets bijzonders aan de hand. De Lans van het Lot gaat over niets meer of minder dan de meest verbijsterende plot uit de twintigste eeuw: de occulte achtergrond van het nationaal-socialisme.

In de eerste plaats maakt de auteur, Trevor Ravenscroft, duidelijk, dat dit boek eigenlijk niet door hemzelf geschreven had moeten worden, maar door een ander. En die ander is niemand minder dan Dr. Walter Johannes Stein (1891-1957), één van de meest vertrouwelijke 'leerlingen' van Rudolf Steiner. Stein achtte in 1957 de tijd gekomen, om in boekvorm onthullingen te doen over dat aspect van het nationaal-socialisme dat het minst was begrepen, namelijk het puur occulte karakter ervan. Tevens voelde hij zich ontheven van de zwijgplicht omtrent deze materie, die hij tot dan toe op uitdrukkelijk verzoek van Sir Winston Churchill in acht had genomen. Maar Walter Johannes Stein kon zijn voornemen niet realiseren. Hij stierf enkele dagen nadat hij dit besluit had genomen. Ravenscroft, die zich in De Lans van het Lot als vriend en 'leerling' van Stein presenteert, voelde het vervolgens als zijn plicht om, plaatsvervangend voor Stein, dit plan alsnog uit te voeren. Hij meende in de vele vertrouwelijke gesprekken die hij met Stein had gevoerd, genoeg materiaal te hebben verzameld om deze onderneming op een verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren. Natuurlijk ontbraken hem de nodige documenten en moest hij veel uit zijn herinnering aan Steins verhalen weer paraat zien te krijgen, maar ook Ravenscroft was de overtuiging toegedaan, dat het voor een juiste inschatting van onze geschiedenis van eminent belang is, wanneer het nationaal-socialisme in zijn ware perspectief kan worden gezien.

Napoleon en Waldheim

De Lans van het Lot weet de lezer op uiterst suggestieve wijze te overtuigen van het feit, dat de opkomst van het nationaal-socialisme niets te maken had met onze doorsnee-opvattingen daarvan. Het weet aannemelijk te maken dat Hitler als een sinistere, maar hooggeschoolde adept van het kwaad, doelgericht en stap voor stap werd voorbereid en naar voren geschoven door groeperingen die hun duistere praktijken op geniale wijze in politiek handelen wisten om te zetten. Het gaat daarbij volgens De Lans van het Lot om een heel conglomeraat van occulte groeperingen, bizarre zwarte magiërs en dergelijke. De spil van het boek wordt gevormd door de Parcivallegende van Wolfram von Eschenbach. En langs verschillende lijnen wordt uiteengezet dat we daarbij niet met een aardig middeleeuws verhaal uit de late riddertijd te maken hebben, maar met een document dat op verborgen wijze aanwijzingen geeft voor een occulte scholing. Bovendien wordt beweerd, dat het verhaal wel degelijk een historische werkelijkheid bezit. In ieder geval zou Hitler zichzelf, volgens De Lans van het Lot hebben beschouwd als een reïncarnatie van Landolfus van Capua, die in de negende eeuw heel Zuid-Italië en Sicilië onveilig maakte. En Landolfus van Capua wordt in het Parcivalverhaal beschreven als de met sinistere magische praktijken werkende tovenaar Klingsor, de grootste tegenstrever van alle zoekers naar de Graal.

Het boek plaatst dus onze moderne geschiedenis in het perspectief van verwikkelingen rond de Graal uit de negende eeuw. En vanuit dat gezichtspunt wordt de graalstempel van de twintigste eeuw gelokaliseerd als ... Het eerste Goetheanum in Dornach. In dat licht bezien kan het nauwelijks verwondering wekken dat Rudolf Steiner wordt beschouwd als de grootste vertegenwoordiger van 'wit-magische' signatuur tegenover de loges die het nationaal-socialisme voorbereidden. Het boek gaat zelfs zover, de brandstichting van het eerste Goetheanum toe te schrijven aan deze groeperingen.

Een ander centraal motief, waaraan het boek zijn titel ontleent, is een magische lans. Het zou daarbij om de lans gaan, die op Golgotha door een Romeinse Centurion - Longinus - in de zijde van Christus gestoken werd. Deze daad van Longinus had allerlei consequenties, 'van wereldhistorische betekenis'. Daardoor zou dit magische attribuut aan ieder die het bezit de mogelijkheid bieden om het lot van de wereld te beïnvloeden, ten goede of ten kwade.

Historische persoonlijkheden als Karel de Grote, Franciscus van Assisi en dergelijke hadden deze lans in de hand gehad. Napoleon had - vergeefs - getracht haar in zijn bezit te krijgen en Adolf Hitler heeft inderdaad onmiddellijk na de annexatie van Oostenrijk deze lans tot zijn eigendom gemaakt en haar mee naar Duitsland laten nemen. Het is de lans die thans in Wenen op een kussentje te pronk ligt in de Hofburg. Zij is, om de zaken even precies te formuleren, thans 'in handen' van Kurt Waldheim.

Oog in oog met deze lans in de Hofburg, kreeg Adolf Hitler zijn verpletterende visioen van de Übermensch. Walter Johannes Stein ervoer aldaar, nog steeds volgens De Lans van het lot een ingrijpende bewustzijnsveruiming.

Weibergeschichten

Het boek laat een onuitwisbare indruk achter, zoveel is zeker. Maar tegelijkertijd heeft die ervaring een kwaliteit van tegenstrijdigheid. Wat mijn waardering voor dit boek wekte, was het feit dat ik hierdoor op niet mis te verstane wijze werd geconfronteerd met het besef dat occulte werkelijkheden ook in onze hedendaagse geschiedenis een realiteit kunnen zijn. Bovendien leek er nu eindelijk eens een boek te zijn verschenen waarin op een voor iedereen toegankelijke wijze werd gesproken over Rudolf Steiner en de antroposofie, over begrippen als reïncarnatie en over de esoterische kwaliteiten van de Parcival.

Zoiets is nogal wat. Maar hoewel ik vanuit die ervaring geneigd zou zijn geweest, De Lans van het Lot uit te roepen tot het meest belangrijke boek van na de Tweede Wereldoorlog, was er toch ook het een en ander dat me daarvan weerhield. Deels werd dit veroorzaakt door de stijl waarin het was geschreven. Je kreeg de indruk dat de diepste esoterische waarheden wel heel erg makkelijk uit de pen vlogen. Maar die weerstand kwam vooral doordat een aantal beschrijvingen in zijn gedetailleerdheid erg ongeloofwaardig overkwam. De bewijsvoering leek op een aantal punten beslist te mooi, te subliem.

Het boek werd wereldwijd een groot commercieel succes. Maar, merkwaardig genoeg, hoorde je er in antroposofische kringen bijna niets over. Alleen stuitte je dankzij door de jaren aanhoudende interesse voor dit boek, af en toe op geruchten. De meeste coryfeeën uit de antroposofische beweging zouden vernietigend over het boek hebben geoordeeld, maar een enkeling betitelde De Lans als 'in wezen juist'. Wat er nou precies wel en niet klopte, bleef een onbeantwoorde vraag. En die vraag werd eigenlijk alleen maar klemmender.

Over Dr. Stein werden binnen de antroposofische beweging de wildste verhalen verteld. Na Steiners dood zou hij zich met spiritisme hebben ingelaten en er zouden, zoals dat in het Duits zo fijnzinnig wordt uitgedrukt, 'Weibergeschichten' in het spel zijn. Wie Trevor Ravenscroft was bleef al helemaal duister. Er werd gefluisterd dat hij een adviseur of geheim agent van de Sjah van Perzië zou zijn geweest.

'Iemand uit het antroposofisch circuit' had Prins Bernhard om opheldering gevraagd over Stein en zonder mankeren gaf de prins te kennen, heel goed te weten wie Stein was. Maar, nog steeds volgens Prins Bernhard binnen datzelfde gerucht,'wist Koning Leopold van België pas echt hoe de vork in de steel zat'. Echter, de afspraak met de Belgische monarch die Bernhard zo vriendelijk had gearrangeerd, kon niet doorgaan. Enkele dagen voordat dit gesprek zou plaatsvinden, overleed Leopold.

De zaak werd er alleen maar interessanter door, maar tegelijkertijd complexer. Toen Jonas rond de afgelopen jaarwisseling besloot een onderzoek in gang te zetten, leek er aanvankelijk geen touw aan vast te knopen. Uitgever C.W. Daniëls in Engeland wist van niets. Zij hadden ooit de rechten overgenomen van Neville Spearman. Ankh Hermes die de Nederlandse versie uitbracht, bleek geen echt onderzoek naar het waarheidsgehalte van het boek te hebben gedaan. Kortom: niemand wist er het fijne van. Tenslotte bleek Trevor Ravenscroft, op wie we onze hoop hadden gevestigd, op 3 januari 1989 te zijn overleden, zo ongeveer op moment dat we besloten om tot onderzoek over te gaan. Maar er bleken ook enkele 'toevalligheden' in ons voordeel.

De uitgever Ankh Hermes gaf te kennen een heruitgave van De Lans van het Lot te hebben gepland voor Mei 1989. En vlak voor de deadline van dit artikel verscheen na jarenlange vertraging een eerste grondige biografie van Dr. Walter Johannes Stein, geschreven door Dr. Johannes Tautz. Op de valreep zouden uitspraken van Tautz de visie op De Lans aan met een belangrijke getuigenverklaring onderbouwen.

Persoonlijke contacten

In 1974 was Christoph Lindenberg de enige gezaghebbende historicus uit het antroposofische circuit, die een onderzoek naar de Lans van het Lot had uitgevoerd. In een artikel in het tijdschrift Die Drei (December 1974) publiceerde hij zijn bevindingen. En die waren vernietigend. Een paar telefoontjes naar archieven in Wenen bleken voldoende om vast te stellen dat een aantal heel belangrijke ontmoetingen, die in De Lans beschreven worden, nooit kunnen hebben plaatsgehad. Althans niet op de wijze zoals ze beschreven zijn.

Ravenscroft beschrijft tot in finesses een aantal persoonlijke ontmoetingen tussen Walter Johannes Stein en Adolf Hitler. Een uitvoering van Wagners Parsifal in Wenen, die volgens Ravenscroft door beide toen nog jonge mannen werd bijgewoond, is er in dat jaar in Wenen helemaal nooit geweest. In Wenen werd de Parsifal pas jaren later uitgevoerd. Een obscuur boekwinkeltje waar zowel Stein als Hitler hun occulte literatuur van betrokken, is nergens bij de Kamer van Koophandel terug te vinden. Conclusie: Stein heeft Hitler nooit persoonlijk ontmoet.

Dezelfde conclusie meldt Lindenberg als hem via de telefoon vragen naar de contacten tussen Stein en Churchill: 'Die hebben niet bestaan'. En Lindenberg vervolgt: 'Het enige contact tussen Churchill en Stein zou mogelijkerwijs kunnen hebben bestaan uit een dame, die van beide heren een kennis was'. Daar mee valt in feite de bodem onder het boek vandaan, althans voor een niet onbelangrijk gedeelte. Maar tegelijkertijd werd daardoor de vraag naar de identiteit van auteur klemmender. Want wie schrijft er nu een boek met een dergelijke zwaarwichtige esoterische strekking, terwijl bij een simpele controle blijkt dat een aantal basisgegevens eenvoudig nergens op slaat? Wie doet zoiets en waarom? Wat voor mens zit daar achter? Het had heel wat voeten in de aarde voordat ik tenslotte in een huiskamer in Surrey zat tegenover de weduwe van Trevor Ravenseroft. Shirley, Trevors tweede weduwe, leek op het eerste gezicht op een wat warrig kruidenvrouwtje dat met enige moeite mijn toch volstrekt nuchtere vragen wegslikte. Maar een zekere driestheid in haar oogopslag voegde daar een dimensie van onverzettelijkheid aan toe. Tenslotte kon ik me toch wel voorstellen dat zij inderdaad alleen in een zeilboot in October de Atlantische Oceaan was overgevaren.

We waren bijeengebracht dankzij de inspanningen van iemand wiens naam ik niet kan noemen. Het was een krachtige vijftiger, die zich aanvankelijk aan mij voorstelde als advocaat en vriend van Trevor. Vervolgens omschreef hij in de loop van het gesprek zijn functie in alle bescheidenheid als 'klerk'. Maar tegelijkertijd bezat deze klerk een 'farm' met wijngaarden en driehonderd stieren die met biologisch krachtvoer op sterkte werden gehouden. Later bleek hij ook te fungeren als adviseur van een computerfirma. Naarmate de avond vorderde en de anekdotes uit de meest verre landen talrijker werden en stoutmoediger, kwam de ontknoping die al die tijd al als een soort geur in de lucht hing. Mijn gastheer was indertijd (?) met huid en haar een onderdeel van her majesty's secret service. In die oer-Britse huiskamer in Surrey kreeg ik dankzij deze twee gesprekspartners eindelijk een beeld van Trevor Ravenscroft.

Leopold III van België

Het hele onderzoek naar De Lans van het Lot confronteerde me steeds weer met biografieën die op het eerste gezicht te fantastisch lijken om waar te zijn. Dat geldt in de eerste plaats voor Trevor zelf, waarover straks meer. Maar het geldt ook voor zijn vrouw Shirley, van wie je dat op het eerste gezicht allerminst zou verwachten. Het geldt absoluut voor mijn gastheer-in-her-majesty'-secret-service, maar het geldt ook onverminderd voor Walter Johannes Stein.

De zojuist verschenen biografie van Dr. Johannes Tautz over Stein zou je kunnen bestempelen als het tegendeel van De Lans. Tautz vermijdt elke vorm van sensatiebejag. Misschien is het juist daardoor dat je zo getroffen kunt worden door de buitensporige dimensies van deze levensloop. Dat Stein een controversieel mens was, komt dankzij de ingehouden stijl van Tautz op een heel speciale manier te voorschijn, doordat je die conclusie als lezer zelf trekt.

Op gelijksoortige wijze laat Tautz de ongebreidelde daadkracht van Stein voor zichzelf spreken. En in weerwil van de niet altijd even sympathieke allures van Stein, kom je onder de indruk van wat hij allemaal bereikte.

Het is ondoenlijk om de veelheid van werkgebieden te beschrijven waarbinnen Stein actief was. Maar binnen al die terreinen was hij iemand die tot het uiterste ging, overtuigd als hij was van het feit dat hij op zijn eigen wijze de missie van Rudolf Steiner voortzette.

Gedurende de jaren dertig was hij, zo beschrijft Tautz, actief op het gebied van de wereldeconomie. Vanuit de door Rudolf Steiner uitgewerkte 'driegeledingsgedachte' probeerde hij zich met alle kracht in te zetten voor het grondvesten van een wereldomspannend economisch netwerk, dat onafhankelijk van nationale en politieke belangen zou kunnen opereren. Bovendien was hij ervan overtuigd dat de verwerkelijking van een dergelijke economische realiteit de oorlogsdreiging zou verminderen In Londen was hij enkele jaren de leider van een instituut dat alle bewegingen van goederen en diensten ter wereld volgde. Om de wereldeconomie te veranderen, moet je haar eerst in de praktijk leren kennen, tot in alle uithoeken. Zijn onafzienbare reeksen van voordrachten hadden hem intussen een heel netwerk van machtige vrienden opgeleverd. Maar de enige hooggeplaatste persoon die aan de inzichten van Stein werkelijk daden wilde verbinden was koning Leopold in van België. Stein werd zijn adviseur en was de genius achter enkele opzienbarende redevoeringen van de Belgische monarch. In Brussel werd een research-instituut opgezet voor wereldeconomische vraagstukken en ter voorbereiding van een internationale conferentie over energie, economie en dergelijke.

En uit het boek van Tautz blijkt inderdaad dat ook Prins Bernhard een bijdrage heeft geleverd aan de plannen van Leopold en Stein, door zijn invloed aan te wenden bij het Internationaal Statistisch Instituut te Den Haag. Dankzij die voorspraak nam het ISI waaraan prof. Tinbergen verbonden was deel aan het onderzoek van het instituut in Brussel.

Na de inval van nazi-Duitsland in Polen in 1939 kon Leopold niet langer rechtstreeks met een adviseur van Duitse origine worden geassocieerd. De koning had vanwege zijn wereldomspannende plannen sowieso al te maken met stemmen uit eigen land, die vonden dat hij zich niet nationalistisch genoeg opstelde en meer over morele verantwoordelijkheid en universele broederlijkheid praatte dan over de belangen van België.

Absolute zwijgplicht

Kort voordat de oorlogshandelingen in alle hevigheid losbarstten hebben Leopold en Koningin Wilhelmina volgens Tautz nog gezamenlijk een poging ondernomen het tij te keren. Dat initiatief was het gevolg van vlammende oproepen van Stein aan Leopold en van Willem Zeylmans van Emmichoven aan Wilhelmina. Maar er was al geen redden meer aan.

Het lijkt misschien alsof de activiteiten van Stein uiteindelijk helemaal tot niets hebben geleid. Tautz noemt echter een aantal instituties die zonder Steins inspanningen niet zomaar tot leven zouden zijn gekomen. Dat geldt in de eerste plaats voor de Benelux als vroege voorloper van een Verenigd Europa zonder tolmuren en met een vrij verkeer van diensten en goederen. Maar ook de wereldbank, de wereldhandelsconferenties (als de GATT) en supranationale overlegorganen over energievraagstukken stoelen gedeeltelijk op het voorwerk van het instituut van Stein.

Maar wat in relatie tot het boek van Ravenscroft van groot belang is, is dat Stein volgens Tautz wel degelijk uitvoerig heeft gesproken met Sir Winston Churchill. Tautz baseert zich, naar hij door de telefoon verklaarde, op door hem zelf gelezen dagboeknotities van Stein. Dat die notities thans zoek zijn, zoals zo veel van Steins aantekeningen, is ander intrigerend verhaal. Tautz, wiens integriteit naar mijn indruk boven alle twijfel verheven is, heeft ze in ieder geval onder ogen gehad.

De gesprekken met Churchill gingen volgens deze notities over de occulte achtergronden van het nationaal-socialisme. Gedurende één van die gelegenheden zou Churchill van Stein omtrent dit onderwerp gedurende een bepaalde tijd een absolute zwijgplicht hebben geëist. En, over zwijgen gesproken, Tautz onthult ook dat indertijd door een aantal vooraanstaande antroposofen 'afgesproken' is, om er met betrekking tot De Lans het zwijgen toe te doen.

Op de dag dat Trevor Ravenscroft werd geboren, pleegde zijn vader zelfmoord. In 1921 was zoiets in de gegoede kringen, waaruit Trevor stamde, een schande. Deze daad luidde in ieder geval een hectische, verweesde jeugd in. Zijn voogden kozen voor Trevor, uit familietraditie, maar ook vanuit de verwachting dat er een oorlog op handen was, een carrière als officier.

Na de klassieke Britse militaire academie, Sandhurst, kreeg Trevor, toen de tweede wereldoorlog inderdaad over de aarde was losgebarsten, het commando over een eenheid van mariniers. Met deze groep moest hij, na een geheime landing in Noord-Afrika, de Duitse generaal Rommel uit de weg zien te ruimen. De missie mislukte. Omdat de duikboot niet op tijd kwam opdagen, zag Trevor zich gedwongen met zijn manschappen de Sahara in te vluchten, waar zij na een wanhopige tocht uiteindelijk toch door de Duitsers werden overmeesterd.

In een dodenkamp in Italië - waaruit hij overigens driemaal op miraculeuze wijze wist te ontsnappen om tenslotte toch weer opgespoord en gepakt te worden - en vervolgens in een strafkamp in Duitsland leeft hij op de rand van de dood. In die toestand beleeft hij in een vorm van uitgetreden-zijn buitenzintuiglijke ervaringen van een verpletterende kracht.

Shirley en mijn geheim-agent proberen afwisselend om het uitermate gecompliceerd leven van Trevor een beetje overzichtelijk weer te geven. Mijn gastheer: 'Thans hebben we een naam voor wat er met Trevor na de oorlog aan de hand was. Na de Viëtnam oorlog weet iedereen wat een veteranentrauma is. Op een bepaalde manier was Trevor vernield. Hij wist bij God niet waar hij me zichzelf naar toe moest. Hij kon eigenlijk ook niet over zijn ervaringen praten. Niemand had enig begrip voor de gruwelen van een oorlogs situatie? Wie kon er orde brengen in een buitenlichamelijke ervaring?'

Keizerlijk hof

In ieder geval wil Trevor vooralsnog maar één ding: terug naar Afrika, de plek waar het begon. Misschien is daar de oplossing van het geheim waar hij naar op zoek is, zonder te weten wat het precies inhoudt. Hij sleurt de jonge vrouw mee, waar hij 'as an officer and a gentleman' mee getrouwd was omdat hij dat voor de oorlog nu eenmaal had beloofd, en hij trekt het Afrikaanse continent in.

De reis werd een totale flop. Shirley: 'Voor zijn eerste vrouw, die gewoon keurig een mooi huis, kindertjes en status gewild had, moet dit het ergste geweest zijn wat iemand kan overkomen. Trevor was sowieso onmogelijk om mee te leven, maar hij was tevens 'totally unpractical'. Niets was geregeld. Er was geen geld, geen plan. Ze trokken maar door en kwamen in steeds duisterder gebieden.'

Terug in Engeland begint er een leven waarin Trevor rusteloos van de ene illusie naar de andere trekt. Hij is reporter, onder andere bij de Daily Express, mijnwerker, woont een tijd in een commune in Marokko, doorkruist de Verenigde Staten, werkt als bediende in een winkel voor Jaeger-ondergoed en koopt plotseling een kostbare trimaran om daarmee de wereld over te zeilen om in Nieuw Zeeland een nieuw leven te beginnen.

Inmiddels is hij getrouwd met Shirley, die hij op de therapeutische gemeenschap Camphill heeft leren kennen. Shirley: 'Op zee bleek Trevor de kunst van het navigeren niet machtig. En ook de paar vrienden, die hij ergens had opgedoken en die 'kundige zeezeiIers' zouden zijn, waren niet in staat goed met het schip om te gaan.'

De onderneming strandde in Portugal. Trevor trok, gelokt door weer andere plannen, naar Engeland en Shirley onderhield zichzelf en haar kinderen met lesgeven in een klein huisje op een landtong. In Portugal. Na het verlopen van haar verblijfsvergunning moest ze weer wegzeilen. In een Engelse haven aangekomen, werd het schip, waarvoor uiteraard geen cent hypotheek was betaald, onmiddellijk door de deurwaarder in beslag genomen. Het gezin Ravenscroft betrok aan de haven een armelijk vissenhutje. En het was in die uitzichtloze toestand dat het besluit viel om De Lans van het Lot te gaan schrijven. Trevor had Stein vermoedelijk halverwege de jaren vijftig leren kennen doordat hij zijn voordrachten bezocht. En hoewel hij zich daar nooit over heeft uitgelaten mag men volgens Shirley wel aannemen, dat Stein de enige was die de occulte ervaringen van Trevor kon plaatsen en ordenen.

Het schrijven van De Lans leek aanvankelijk ook een van de vele onhaalbare plannen, zoals Trevor er al vele doorleefd had. Maar dit voornemen vond een enthousiaste stimulator in de uitgever Neville Spearman te London.

Het boek dat na enkele jaren van voorbereiding in 1974 verscheen, had onmiddellijk succes. Maar voor het honorarium van de auteur moest langdurig geprocedeerd worden, voordat Trevor dit in handen kreeg. Omdat dit geld, zoals steeds bij Trevor, in ijltempo weer in het niets verdween.

Maar er gebeurde meer. Een 'klerk', werkzaam bij de Britse geheime dienst' kreeg plotseling een merkwaardige opdracht. Op verzoek van het keizerlijke hof in Iran werd hem gevraagd contact te zoeken met de auteur van het boek De Lans van het Lot. Deze contacten, die aanvankelijk van Iraanse zijde door prins Sirhan, een neef van de Sjah, werden onderhouden, leidden ertoe dat Trevor op kosten van de keizerlijke familie in Iran een fraai huis in Londen ter beschikking kreeg en eveneens 'fondsen' kreeg om op het gebied van alternatieve wetenschappen en geneeswijzen onderzoek te doen.

Facts! Facts! Facts!

Mijn gastheer begreep pas achteraf waar het eigenlijk om ging: 'De Sjah wist in die jaren reeds dat hij kanker had. Hij zocht daarbij zijn heil in de alternatieve geneeswijzen en denkrichtingen. De reguliere geneeskunde had hem in feite al opgegeven. En in Trevor zag hij, na lezing van De Lans, degene die hem eventueel een alternatief zou kunnen bieden.' Maar dat project was nog maar nauwelijks begonnen of de omwentelingen in Teheran, die tot de vlucht van de Sjah leidden, maakten er een abrupt einde aan.

Misschien lijkt het op het eerste gezicht een weinig voor de hand liggende vraag aan Trevor, om op het gebied van de alternatieve geneeskunde onderzoek te coördineren. Maar vermoedelijk werkt hier de reputatie van Walter Johannes Stein na, die na de Tweede Wereldoorlog een bloeiende praktijk had als 'kwakzalver', zoals hij het zelf graag met een knipoog noemde. Stein was weliswaar geen arts, maar hij had een niet geringe reputatie dankzij behandelingsresultaten die het gevolg waren van onderzoekingen die aanwijzingen van Rudolf Steiner uitwerkten. Hij hield vele voordrachten voor artsen en therapeuten. En ook Trevor, die een tijdje als leraar aan een Vrije School had gewerkt en tevens kon bogen op ervaring met heilpedagogische kinderen, was op dit gebied geen onbeschreven blad.

Maar na de machtsovername van Khomeiny was Trevor weer teruggekeerd tot de behoeftige staat waarin hij bijna altijd had verkeerd en hij moest weer allerlei bokkensprongen maken om te overleven. Hij stimuleerde Shirley om een solozeiltocht over de Atlantische Oceaan te maken, zodat hij de rechten op het hele publicitaire circus daaromheen te gelde kon maken. Hetgeen gebeurde. Ondertussen schreef hij nog diverse boeken waarvan het merendeel nog niet is gepubliceerd. Het zijn allemaal esoterische thema's die Ravenscroft aansnijdt. The Wounded Brain (ongepubliceerd) gaat over de diepere betekenis van de rechter en linkerhersenhelft. One Amongst You wil een nieuw licht werpen op de figuur van Judas. In 1990 zal, volgen mijn gastheer, The Mark of the Beast verschijnen, een beschouwing over Johannes en de apocalyps. Enkele jaren geleden verscheen het 'vervolg' op De Lans getiteld The Cup of Destiny, een boek over de Graal. Tautz verzekert me dat het qua inhoud 'volledig aanvaardbaar' is. Van problemen als bij De Lans is hier naar zijn overtuiging geen sprake. Maar wat is er dan toch misgegaan met de Lans?

Shirley: 'Trevor had een geweldig instinct voor wat er onder de oppervlakte van de dingen eigenlijk aan de hand was.' Ze geeft te kennen Trevor vroeger over dezelfde dubieuze onderwerpen uit zijn boek te hebben gekapitteld. 'Misschien zette hij in de praktijk de dingen op details wel eens naar zijn hand.' Ze heeft het er toch moeilijk mee, overtuigd als ze is van de bijzondere kwaliteiten die Trevor ontegenzeglijk had.

Mijn gastheer: 'De Lans was, als ik het goed begrepen heb, vooral Steins boek. Het gekke is, dat als ik hem ook wel eens confronteerde met mijn twijfels over onderdelen, hij altijd een innerlijke overtuiging uitstraalde. Hij zette zich niet af tegen wat ik zei, werd niet agressief of bewijzerig, maar reageerde als iemand die helemaal zeker is van zijn zaak.' Opeens gaat Shirley een licht op: 'Spearman! Neville Spearman riep tot wanhoop van Trevor voortdurend om 'facts! fact facts!' Er moesten almaar meer feiten op tafel komen. En Trevor zat aan de grond. Spearman had hem volledig in de tang.' Mijn gastheer vult aan: 'In wezen was Trevor een beminnelijk mens. Maar de enige die hij werkelijk gehaat heeft, was Neville.'

Het ABC van de Graal

Het klinkt niet onaannemelijk. Toch blijft nog een onopgelost residu. Misschien komt Tautz op een heel andere manier tot een benadering van het probleem wanneer hij door de telefoon oppert: 'Het is niet helemaal uit te sluiten dat Ravenscroft langs spiritistische weg een aantal gegevens heeft verzameld.' Trevor schrijft in De Lans een alinea die onomwonden in een dergelijke richting wijst, hoewel het daarbij zeker niet om spiritisme hoeft te gaan. Trevor vertelt daar de lezer dat hij een boek van Stein onder ogen kreeg en ontdekte dat het historisch materiaal van dat boek 'niet via het gebruikelijke historisch onderzoek is verkregen'.

De hogere helderziende vermogens, waarop Ravenscroft hier doelt, noemt hij vervolgens, in navolging van het Parcivalverhaal, 'het abc'. En vervolgens schrijft hij: 'In die tijd leerde ik onder zijn (Steins) deskundige leiding het abc van de Graal zonder hulp van zwarte kunst in een huis (van Stein) dat mijn tweede woning zou worden.' Zowel Stein als Ravenscroft hielden zich jaren lang intensief bezig met de Parcival. Terwijl Stein zich verwant voelde met de kluizenaar Treverezent, identificeerde Trevor zich vooral met de ridder Gawan. Als Gawan de burcht van de tovenaar Klingsor te paard komt binnenrijden, beschrijft de verteller in het boek dat degenen die hem zagen komen aanrijden, niet wisten 'of hij een koopman of een ridder was'. Iets van die onduidelijkheid bestaat ook ten opzichte van Ravenscroft. Was hij een charlatan of volvoerde hij zijn missie gewetensvol en 'zonder hulp van zwarte kunsten'?

Dat een aantal data, plaatsen en namen uit De Lans niet blijkt te kloppen, is een zwaarwegend verwijt aan een boek met de pretentie van De Lans. Nog bezwaarlijker is het vermoeden dat Stein Hitler inderdaad nooit heeft ontmoet op de in De Lans beschreven wijze. En voorlopig wijst alles in de richting van wat Lindenberg hierover concludeert. Maar met betrekking tot Churchill bleken de zaken toch naar alle waarschijnlijkheid anders te liggen dan aanvankelijk werd beweerd.

Tot zover voerde dit onderzoek. In ieder geval lijkt het belangrijk dat, wie dit boek van Ravenscroft in handen krijgt, op zijn minst weet in welk spanningsveld het staat tussen waarheid en verdichtsel en wie de persoon was die daar achter stond.

Het gevaar van onjuistheden in een boek over occulte inhouden is, dat je die inhouden zelf dan ook maar meteen afdoet als doorgestoken kaart of hooguit als sensationele fictie. Het zou jammer zijn wanneer dit uiteindelijk het effect was van De Lans van het Lot. Want dat is precies het tegendeel van wat zowel Walter Johannes Stein als Trevor Ravenscroft hebben beoogd.